maandag 29 september 2008

Als niet waarom niet

Gelieve in het bovenste vakje Shareholders door te halen en Taxpayers in te vullen.


Fortis genationaliseerd, je zou denken dat de SP in de regering zit! Ik verbaas mij zeer over het ingrijpen van de overheid in het bedrijfsleven. Eerst werden bepaalde vormen van short gaan verboden en nu Fortis volstoppen met overheidscentjes!


Wat is er mis met een code? Je stelt een commissie aan en die laat je richtlijnen bepalen waaraan beleggers met betrekking tot speculatie op dalende koersen zich moeten houden, dat is toch voldoende, lijkt mij, want in 2004 was zelfregulering het wonderwoord nadat in de Verenigde Staten geweldige boekhoudschandelen aan het licht waren gekomen. De regering besloot iets te doen aan de bezoldiging en de bonussen van topbestuurders.

De ergste sanctie van de zogenaamde Commissie Tabaksblat (nu Commissie Frijns): if not, why not? Als je je niet aan de richtlijnen houdt, moet je uitleggen waarom. Ik hoor u verzuchten: ging het ook maar zo als ik me niet aan de maximum snelheid houd. Agent, ik had haast.


Het is aardig om het rapport nog eens door te bladeren:


De bezoldigingsstructuur, met inbegrip van ontslagvergoeding, is zodanig dat zij de belangen van de vennootschap op middellange en lange termijn bevordert, niet aanzet tot gedrag van bestuurders in hun eigen belang met veronachtzaming van het belang van de vennootschap en falende bestuurders bij ontslag niet ‘beloont’.


Gerrit Komrij stelde eens voor moderne architecten voor straf in hun eigen bouwsels te laten wonen - ik stel voor dat bankbestuurders na hun vertrek hun bonussen voor straf op een spaarrekening bij hun oude bank moeten parkeren. De rest van Nederland stopt zijn geld gewoon in ouwe sok en maakt de kachel aan met aandelenpakketten.

donderdag 25 september 2008

Antiek terrorisme

Het koor van de Parijse Église de St. Médard, een gotische kerk die in 1784 werd gemoderniseerd door Louis-Francois Petit-Radel.



Leuk! Een nieuwe serie. Met een knipoog naar Louis Couperus starten we per vandaag een nieuwe reeks: Antiek terrorisme.

In het boek Transformations in Late Eighteenth Century Art van Robert Rosenblum - dat ik iedereen aan kan raden die geïnteresseerd is in de wortels van het modernisme, want daar gaat het over - staat een passage over de Franse architect Louis-Francois Petit-Radel die voor de Salon van 1800 een kunstwerk inzond dat een gedetailleerde handleiding was voor het binnen tien minuten tot de grond toe laten afbranden van een Gotische kerk: Destruction dúne église, style gothique, par le moyen de feu.

Zou je nu eens mee moeten aankomen in Parijs.

iPoep (vervolg)

Dit vergat ik gisteren te vermelden: het lied heet Constipation Blues en het werd vertolkt door Screamin' Jay Hawkins, bijgestaan door Serge Gainsbourg.

woensdag 24 september 2008

iPoep


Soms zijn de technische mogelijkheden al lang bekend en moet er een genie aan te pas komen om voor een uitvinding de ideale praktische toepassing te vinden.

Tja, en wat draai je dan, behalve een drol? Deze blues lijkt mij een goed begin:

zaterdag 20 september 2008

Queneau

Delen uit de dagboeken van Queneau werden door Jan Pieter van de Sterre vertaald in de bundel Mijn moeder zong.


Net als Louis Paul Boon verzamelde Raymond Queneau moppen. In zijn dagboeken schreef hij er een hele hoop op, zoals deze:




Dingen die de Walen aan elkaar vertellen:

Een mars van Vlamingen naar Brussel. Een van hen komt thuis. Zegt zijn vrouw: 'Je ziet er moe uit.'
'Dat zou ik denken! De hele dag op je achterpoten.'

vrijdag 19 september 2008

Kicks voor niks


Onlangs schreef collega Giphart in de Volkskrant over 'kicks voor niks'. ik kwam er een tegen in de dagboeken van Raymond Queneau - een ultieme:


De kleine pleziertjes: in je agenda de naam en het adres doorhalen van iemand die overleden is.

Carlyle

John Stuart Mill en Harriet Taylor


Gisteren citeerde ik een uitspraak van Thomas Carlyle en ik bedacht dat ik onlangs nog een mooie van hem had gelezen, in het mooie boek Een Engelsman in Frankrijk; Een andere geschiedenis van John Stuart Mill, geschreven door Cor Hermans.
Hermans beschrijft hoe de Engelse wijsgeer Mill in Avignon rond 1830 liefde opvat voor een getrouwde vrouw, Harriet Taylor, die zijn idee"en over vrijheid ingrijpend zou beinvloeden. Vaak worden ze in het openbaar gezien, maar ze bezweren steeds dat hun liefde platonisch is. Harriet Taylor is niet meer dan - in haar eigen woorden - een Seelenfreundin van Mill. Dit komt haar te staan op de sardonische bijnaam die Carlyle voor haar bedenkt: Mrs Platonica Taylor.

donderdag 18 september 2008

Waarom schrijven?


U merkt het: De papieren wereld wordt niet langer dagelijks ververst. Daarom voor alle medewerkers (inclusief mijzelf) deze peptalk van Thomas Carlyle:


'Produce! Produce! Were it but the pitifulest infinitesimal fraction of a product, produce it in God's name. 'Tis the utmost thou hast in thee: out with it then.'


Dit citaat van Thomas Carlyle (1795-1881) vond ik in het amusante The Private Papers of a Bankrupt Bookseller, in 1931 anoniem verschenen, maar geschreven door William Young Darling, die later een Brits parlementslid werd.

woensdag 17 september 2008

Eet samakelijk


Soms scheert het nieuws rakelings langs mij heen en treft het me pas als het al voorbij is. Ik was aan het verven en gebruikte een oude krant als onderlegger. Mijn oog viel op het bericht over de Thaise premier die moest aftreden vanwege zijn optreden in een kookprogramma. De werkelijkheid bleek minder smeuïg dan de kop in de krant, want het probleem is dat Samak (als je het aziatisch uitspreekt klinkt het heel samakelijk) geld ontving voor zijn optreden. Nevenfunctie nekt Thaise premier, zou ik zeggen.

Toch werd ik geprikkeld door het idee van een kokende premier. Meteen rees Jan-Peter Balkenende voor mij op, met een schort aan, roerend in van die oude witte emailen pannen met bloemen erop een stapel boerenbonte borden ernaast. Andere premiers zie ik zo niet voor me: van Kok (al heeft hij zijn naam mee) zou het je verbazen als hij water kon laten koken, Wouter Bos is een man voor een snelle hap uit de magnetron, Rutte haalt een pan vol soep bij zijn moeder, Wilders serveert slechts Mozart-Kügeln en Rita Verdonk zet alle gasten meteen aan het piepers jassen.

Dan Balkenende, die worstelt en komt boven, reken daar maar op: oerzeeuwse roomboterbabbelaars zijn misschien te hoog gegrepen en oesters te frivool voor de minister-president, maar een mosselsoepje, gevolgd door lamsoor met balkenbrij en ten slotte een Zeeuwse bolus.
Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als hij voortaan zijn geld ging verdienen met een kookprogramma bij de publieke omroep (Eet mee met JP de ex-MP! - zolang zijn salaris natuurlijk onder de Balkenende-norm blijft.

zondag 14 september 2008

Hans Teeuwen over subsidiekunst

vrijdag 12 september 2008

Stijl


H.J.A. Hofland vraagt zich in De Groene Amsterdammer van deze week af wanneer Nederland toe is aan het 'verwerken' van de erfenis van Pim Fortuyn. Hij schat rond 2027:

'Komen we er dan achter dat hij zijn succes voor een groot deel te danken had aan de unieke manier waarop hij zich uitdrukte?'

Jean-Paul Sartre gaf aan het eind van zijn leven een bondige definitie van het begrip 'stijl', namelijk de wijze waarop iemand zijn ideeën vormgeeft.

Die kan inderdaad essentieel zijn, niet alleen in de literatuur, de muziek en de kunst, maar ook in de politiek - niet die ideeën dus, maar de manier waarop ze verwoord worden. Hofland is niet de eerste die daarover nadenkt. In zijn boek Style schreef F.R. Lucas (Fellow van King's College in Cambridge) in 1955:

'How different, too, might have been the history of our own time if the written and spoken style of Adolf Hitler, detestable in itself, had been less potent tot intoxicate the German people; or if the German people had had enough sense of style tot reject that repellent claptrap;'

Ik vergelijk Fortuyn niet met Hitler, hoor, daarom ga ik verder met Lucas:

'or again if Winston Churchill had not posessed a gift of pharse to voice and fortify the feelings of his countrymen in their darkest and finest hour!'

Daar zou ik een boek over willen schrijven: hoe stijl de wereldgeschiedenis bepaalde.

donderdag 11 september 2008

Is dat nou wel zo?

Vanochtend in NRC Next:

'1 op de 5 cafés niet rookvrij
DEN HAAG. Vande café-eigenaren houdt 17 procent zich niet aan het rookverbod.'

Wat is het nou? 1 op de 6 of 20 procent?

Nog eentje, uit de Volkskrant van vanochtend:
'In Nederland hadden in 2005 zevenduizend mensen een inkomen boven de twee ton, gecorrigeerd voor de samenstelling van hun huishouden.'


En dat terwijl er in Nederland in 2005 al 102.600 miljonairs waren! Bron.

maandag 8 september 2008

Een boek met een steen


James Joyce woonde in de jaren twintig in Parijs en werd daar veel opgezocht door Arthur Power. De laatste publiceerde een boekje over zijn gesprekken met Joyce en daarin vertelt hij (Power dus) dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven niets had om te lezen, maar dat hij 'op het dolle af was' toen hij een exemplaar vond van George Merediths The Egoist. Dat boek irriteerde hem jammer genoeg zodanig 'dat ik een touw pakte, er een steen aan vastbond en het boek naar de Duitsers aan de andere kant wierp.'

vrijdag 5 september 2008

D e S p a t i e p o l i t i e

In 2002 verscheen bij uitgeverij de Buitenkant het leuke boek Voor verbetering vatbaar waarin grafisch ontwerper Piet Schreuders alias D e
S p a t i e p o l i t i e openbare typografie kritisch beschouwde en met behulp van Photoshop verbeterde.

Ik ben verre van grafisch geschoold, maar ik kwam desondanks een voorbeeld tegen waarvan Schreuders handenwringend gehakt van had gedraaid.

In 1990 verscheen het titelloze debuutalbum van The La's. De hoes was ontworpen door Ryan Art. Hier het originele cd-boekje uit 1990:

In 2001 verscheen een digtally remastered versie. Let op de naam van de band: de letter lijkt iets minder vet, een half corps gegroeid en de spatie tussen The en La's is aanzienlijk groter, bovendien lijkt de foto eronder fletser en iets naar links verschoven ten opzichte van de typografie:

In 2008 verscheen de Deluxe Edition met nog grotere, slankere letters, die nu dwars door de wenkbrauw heen staan, de hele afbeelding is gezakt en donkerder:

donderdag 4 september 2008

Het rijk der fabelen...

"Is dat nou wel zo?"


Van het NOS-journaal van gisteren:

In Los Angeles is de beroemdste stem van Hollywood overleden. Don LaFontaine sprak met zijn zware stem meer dan 5.000 promotiefilmpjes voor speelfilms in.
De stemacteur was onder meer te horen in de trailers van Fatal Attraction, The Terminator en Batman Returns.
LaFontaine wordt gezien als de man die de zinsnede "In a world..." introduceerde, waarmee in de loop der jaren talloze trailers begonnen.

Daarnaast sprak hij honderdduizenden Amerikaanse reclamespotjes in. Don LaFontaine is 68 jaar geworden.


'Honderdduizenden'? Dat moeten er dan minstens 200.000 zijn geweest. In een jaar zitten -zeg maar- 365 dagen. Laat hij 50 jaar van zijn leven continu gewerkt hebben, zonder weekenden en vakanties, dan heeft de beroemdste stem van Hollywood naast de talloze trailers elke dag van zijn werkzame leven meer dan 10 reclamespotjes ingesproken. Nog een wonder dat hij zo oud is geworden.

Pauweneiland

Veer naar het Pfaueninsel in Berlijn, foto van deze site.

Gisteren schreef ik iets over Anton Koolhaas en Wiel Kusters. Vanmorgen pakte ik de boeken van de laatste uit de kast om ze weer eens in te kijken. Kusters schrijft als geen ander gedichten en korte essays over het mijnwerkersleven en een tijdlang kon ik daar geen genoeg van krijgen. Nu bladerde ik in Zegelboom, Gedichten en notities 1975-1989 en daar viel mijn oog op een gedicht waarvan je zou denken dat ik het op mijn prikbord had geplakt toen ik bezig was aan mijn roman Begeerte heeft ons aangeraakt. Het is niet zo, trouwens.

PAUWENEILAND

Een pauw en nog een pauw. Dit is het eiland Dit.
De dingen waaiers, waaiers voor het wit.

Ik raap een veer. Meer veren wil de hand.
De zon moet uit het oog. Een maan haar variant.

Dit is het eiland Slot. De wereld sluit zijn staart.
Hier is het veer dat naar het witte vaart.

.

woensdag 3 september 2008

Google Chrome


Vandaag lanceerde Google zijn eigen browser: Chrome. Prima. Leuk. Mooi. Bill Gates poept in zijn broek van angst. Hup, allemaal downloaden, deze nieuwe aanval op de aleenheerschappij van Explorer. Wie weet gaat Chrome enkele procentjes op de Browser-markt veroveren.

Maar wat mij echt vrolijk maakte was de 40-pagina's tellende strip van de door mij bewonderde stripmakers Scott McCloud, waarin het ontstaan en de werking van Chrome wordt uitgelegd. E-comics in een klap populair gemaakt!



Download gratis strips

Dieren


Op Dierendag verschijnt bij uitgeverij Vantilt een studie van Wiel Kusters over de dierenverhalen van Anton Koolhaas (inderdaad, de vader van Rem). In de aanbiedingstekst lees ik een regel waardoor ik die verhalen meteen wil gaan lezen én het boek van Kusters:

'Als ik geen spin was, dan zou ik wel graag een spin willen zijn,' denkt Balder D. Quorg.

maandag 1 september 2008

De glimlach van Joop


Toch nog even over Zomergasten en Joop van den Ende.
Je hoeft maar een willekeurige vijf minuten terug te kijken en het valt al op: vlak vóór of nádat Joop iets ‘ergs’ zei (licht-kritisch, of verwijtend) krulde zijn lippen en wangen een kort glimlachje, dat na ongeveer een seconde ook direct weer verdween.

Het deed me denken aan een liedje op de juiste plaats in de line-up van een musical, een stukje muziek onder een dramatische scène — een toegevoegd effect.

J.M. Berckmans (1953-2008)


Bij de dood van Jean-Marie Berckmans. Dit schreef ik in 1995 in het Parool over zijn verhalenbundel Taxi naar de Boerhaavestraat.


Blurb van Tom Lanoye: ‘Wat ik nog altijd niet begrijp is waarom niet iedereen het verzamelde werk van Jean-Marie Berckmans in huis heeft staan.’ De schrijver is inderdaad bij lange na geen bestsellerauteur, zoals bijvoorbeeld zijn landgenoten Herman Brussselmans of Tom Lanoye zelf (‘met z’n vieze vuile vettige brillantinekuif,’ aldus Berckmans). Hoewel Berckmans bij het grote publiek - wie zijn dat toch? - inderdaad geen bekendheid geniet, is zijn naam in de literaire cultscene een begrip. Berckmans is de groots en meeslepende zuiplap, de verbitterde haveloze, de onverbiddelijke cynicus, de in zijn eigen stront en vuiligheid gaarkokende misantroop, de onnavolgbare stilist die al vijf boeken schreef als Café de Raaf nog steeds gesloten, Het schemert in Barakstad en Brief aan een meisje in Hoboken. Berckmans is een imago en een (spraakmakende) reputatie.

Zelf heb ik de schrijver een keer gezien achter de coulissen van het Crossing Border Festival, waar hij zich ter voorbereiding van een leesbeurt terugtrok met een volle fles wijn, deze een kwartier later geleegd op de grond liet vallen, vervolgens apedronken het publiek uitwauwelde, waarna hij geleund tegen een pilaar zielloos in elkaar zakte. In tegenstelling tot collega-outlaw als A. Moonen gaat achter J.M.H Berckmans weldegelijk een groot schrijver schuil. Ik denk zelfs dat Berckmans met zijn faam als onberekenbare wilde gek zijn boeken onrecht aandoet.

Zijn teksten vind ik namelijk behorend tot het beste wat er in het Nederlands geschreven wordt, en wat zou het mooi zijn (ik voel me een dominee als ik dit zeg) wanneer dit werk een zo groot mogelijke verspreiding kreeg. De grootste verdienste van Berckmans’ proza is mijns inziens de stijl, die nog het beste te typeren valt als ‘weergaloos leesbaar onleesbaar’. Berckmans schrijft rauw, puur, heftig, oprecht en ultiem doorleefd. En uitermate dwingend. Wie leest in Taxi naar de Boerhaavestraat zal dat moeten blijven doen, zelfs al staat de inhoud tegen, zelfs al is de inhoud in het geheel niet duidelijk, zelfs al raakt de schrijver verstriktin zijn eigen taal.

Neem een passage als deze: ‘Daarna zet hij (de vader van het schrijvergelijkende hoofdpersonage, RG) met het telecommando de tv af, doet het licht uit en gaat slapen, ik blijf liggen op de sofa, ik blijf staren naar de onzichtbare muur, ik blijf zoeken naar het ene, enkele, onbedenkbare beeld, misschien is het het beeld van een zwijn, misschien is het het beeld van een nijlpaard, misschien is het het beeld van een sukkelaar in een beige anorak en vettige jeans die onderweg van het ziekenfonds naar De dorstige Haan in z’n broek schijt, misschien zijn het tien triljoen triljard donkerrode bakstenen, wellicht is het een hoest en een scheet, ik weet het niet, ik zal het ook nooit weten, omdat het ene, enkele beeld niet bestaat, omdat alle metaforen zinloos en uitgesloten zijn, omdat alles niets is. Daarom. Omdat alles niets is.'

Dit fragment komt uit het verhaal ‘De wortel in de brievenbus’, dat misschien niet zo’n mooie titel heeft als de andere verhalen (vergelijk: ‘Een beetje voorbij het huis van Elsschot’, ‘Kleine odyssee van waar je vertrekt naar waar je vertrokken bent’ en ‘Total loss in Barakstad en op Linkeroever’), maar dat zo geramd en sterk in elkaar zit, dat het een van de beste verhalen is die ik heb gelezen. Berckmans is een verlopen turbo-Nescio, een Vlaamse Céline, een hetero-Reve op z’n aller psychopatisch.

Een paar weken geleden [medio ’95 - RG] besprak ik de roman Het gelag van de Vlaming Bart Plouvier, over een café dat uitsluitend bevolkt wordt door verschoppelingen, monomanen, alcoholisten, paranoici en andere marginalen. Berckmans verhalen gaan over dezelfde personages, zij het dat hij deze lieden in tegenstelling tot Plouvier niet beschouwend maar van binnenuit beöschrijft. Dit is rauwer en misschien ook eerlijker, omdat juist de liefdeloosheid en de uitzichtloosheid op deze manier des te schrijnender worden weergegeven. ‘Mama help mij want ik ben eenzaam en bang,’ schrijft Berckmans, ‘heer verlos mij van deze redeloze radeloze drang. Maar ik ben alle wanhoop nu voorgoed voorbij en schrijf alleen nog maar wat ik denk dat ik schrijven moet. Ik zou willen besluiten met een zin die wat mij betreft als blurb mag worden opgenomen op de achterflap van een volgend boek van Berckmans: Wat ik nog altijd niet begrijp is waarom niet iedereen het verzamelde werk van Jean-Marie Berckmans in huis heeft staan.